Sint-Lievens-Houtem in cijfers
Concurrentie
- Kinderopvanglocaties nu
- 7
- Eén zaak per
- 1.536 inwoners
- Plaats in arr. Aalst
- 4 van 101 = meeste zaken per inwoner
Stabiliteit
- Faillissementen 2021–20251
- 0
- Mediane leeftijd huidige zaken
- 4 jaar
Klanten
- Inwoners
- 10.750
- 65-plussers
- 21,4%
- Gem. inkomen 2023
- € 46.180
1 Faillissementen tellen voor de hele klasse Kinderdagverblijven, niet alleen voor kinderopvanglocaties.
Kinderopvanglocaties in het arrondissement Aalst
Per 1.000 inwoners, van veel naar weinig. Balken tot 0,81; het streepje in elke balk is het Vlaamse midden (0,66).
| Gemeente | Aantal | Per 1.000 inwoners |
|---|---|---|
| Haaltert | 16 | 0,81 |
| Zottegem | 20 | 0,71 |
| Erpe-Mere | 14 | 0,66 |
| Vlaams midden | – | 0,66 |
| Sint-Lievens-Houtem deze pagina | 7 | 0,65 |
| Herzele | 11 | 0,57 |
| Lede | 11 | 0,56 |
| Aalst | 45 | 0,48 |
| Denderleeuw | 9 | 0,42 |
| Ninove | 17 | 0,42 |
| Geraardsbergen | 7 | 0,20 |
Wat de cijfers zeggen
Sint-Lievens-Houtem telt 7 kinderopvanglocaties voor 10.750 inwoners, of 1 op de 1.536 inwoners. Met 0,65 per 1.000 inwoners zit de gemeente vrijwel exact op het Vlaamse midden van 0,66. Er is dus geen tekort en geen overschot ten opzichte van Vlaanderen. In het arrondissement Aalst staat de gemeente op plaats 4 van 10 (bron: KBO)
Het aanbod is jong: de mediane leeftijd bedraagt 4 jaar, en 42,9% is jonger dan 3 jaar. Er komen dus geregeld nieuwe opvanginitiatieven bij, vaak kleinschalig. Dat wijst op een blijvende vraag van ouders, maar ook op een sector met veel beweging. Houd er rekening mee dat je voor kinderopvang een vergunning van Opgroeien nodig hebt, wat de opstart vertraagt (bron: KBO)
Tussen 2021 en 2025 ging in de gemeente geen enkel kinderdagverblijf failliet, tegenover 46 in heel Vlaanderen. Dat Vlaamse cijfer toont dat de sector niet zonder risico is, onder meer door personeelstekorten en strenge normen (bron: Statbel)
Het gemiddelde inkomen bedroeg in 2023 46.180 euro, boven het Vlaamse gemiddelde van 42.318 euro. Dat kan gunstig zijn voor opvang die niet inkomensgerelateerd werkt. Tegelijk is 21,4% van de inwoners 65 jaar of ouder. Die groep is geen klant, maar grootouders vangen hun kleinkinderen vaak zelf op, wat de vraag naar formele opvang kan temperen. Jonge gezinnen die er komen wonen, blijven je belangrijkste doelgroep (bron: Statbel)