Erpe-Mere in cijfers
Concurrentie
- Kinderopvanglocaties nu
- 14
- Eén zaak per
- 1.515 inwoners
- Plaats in arr. Aalst
- 3 van 101 = meeste zaken per inwoner
Stabiliteit
- Faillissementen 2021–20251
- 0
- Mediane leeftijd huidige zaken
- 13 jaar
Klanten
- Inwoners
- 21.211
- 65-plussers
- 23,4%
- Gem. inkomen 2023
- € 44.581
1 Faillissementen tellen voor de hele klasse Kinderdagverblijven, niet alleen voor kinderopvanglocaties.
Kinderopvanglocaties in het arrondissement Aalst
Per 1.000 inwoners, van veel naar weinig. Balken tot 0,81; het streepje in elke balk is het Vlaamse midden (0,66).
| Gemeente | Aantal | Per 1.000 inwoners |
|---|---|---|
| Haaltert | 16 | 0,81 |
| Zottegem | 20 | 0,71 |
| Erpe-Mere deze pagina | 14 | 0,66 |
| Vlaams midden | – | 0,66 |
| Sint-Lievens-Houtem | 7 | 0,65 |
| Herzele | 11 | 0,57 |
| Lede | 11 | 0,56 |
| Aalst | 45 | 0,48 |
| Denderleeuw | 9 | 0,42 |
| Ninove | 17 | 0,42 |
| Geraardsbergen | 7 | 0,20 |
Wat de cijfers zeggen
Erpe-Mere telt volgens de KBO 14 kinderopvanginitiatieven voor 21.211 inwoners, of 1 op de 1.515 inwoners. De dichtheid van 0,66 per 1.000 inwoners valt precies samen met de Vlaamse mediaan van 0,66. Er is dus geen tekort tegenover het Vlaamse midden, al zegt het aantal opvangplaatsen per initiatief meer dan het aantal zaken (bron: KBO)
In het arrondissement Aalst staat Erpe-Mere op plaats 3 van 10 gemeenten, bij de beter voorziene gemeenten van de regio. De huidige opvanginitiatieven hebben een mediaanleeftijd van 13 jaar, en 14,3% is jonger dan 3 jaar. De sector is dus vrij stabiel, met af en toe een nieuwe opvang die erbij komt (bron: KBO)
Tussen 2021 en 2025 ging in Erpe-Mere geen enkele kinderopvang failliet. In heel Vlaanderen waren er 46 faillissementen in de klasse Kinderdagverblijven, die precies deze activiteit omvat. Ook al is de lokale situatie rustig, de sector kampt in Vlaanderen met personeelstekorten en strikte regels (bron: Statbel)
Het gemiddelde inkomen in Erpe-Mere bedroeg in 2023 44.581 euro, boven het Vlaamse gemiddelde van 42.318 euro. Gezinnen waarin beide ouders werken, hebben vaak voltijdse opvang nodig. Met 23,4% inwoners van 65 jaar of ouder vangen grootouders een deel van de opvang op, wat de vraag naar betaalde opvang kan temperen (bron: Statbel)