Bredene in cijfers
Concurrentie
- Psychologenpraktijken nu
- 11
- Eén zaak per
- 1.642 inwoners
- Plaats in arr. Oostende
- 6 van 71 = meeste zaken per inwoner
Stabiliteit
- Faillissementen 2021–20251
- 1
- Mediane leeftijd huidige zaken
- 6 jaar
Klanten
- Inwoners
- 18.057
- 65-plussers
- 28,7%
- Gem. inkomen 2023
- € 39.915
1 Faillissementen tellen voor de hele klasse Overige menselijke gezondheidszorg, niet alleen voor psychologenpraktijken.
Psychologenpraktijken in het arrondissement Oostende
Per 1.000 inwoners, van veel naar weinig. Balken tot 1,41; het streepje in elke balk is het Vlaamse midden (1,18).
Wat de cijfers zeggen
In Bredene zijn 11 psychologenpraktijken geregistreerd voor 18.057 inwoners, of 1 op de 1.642 inwoners. Dat is een dichtheid van 0,61 per 1.000 inwoners, tegenover een Vlaams midden van 1,18. Om dat midden te bereiken zouden er 10 praktijken bij moeten komen. Voor een psycholoog die een eigen praktijk overweegt, is dat een duidelijk signaal dat het aanbod hier dunner is dan elders in Vlaanderen. (bron: KBO)
Ook binnen het arrondissement Oostende scoort Bredene laag, op plaats 6 van 7 gemeenten. Wie hulp zoekt, moet dus mogelijk uitwijken naar een buurgemeente. De bestaande praktijken zijn eerder gevestigd dan nieuw: de mediane praktijk bestaat 6 jaar en 18,2% is jonger dan 3 jaar. Er zijn de voorbije jaren dus weinig nieuwkomers bijgekomen. (bron: KBO)
Statbel telde tussen 2021 en 2025 in Bredene 1 faillissement in de klasse overige menselijke gezondheidszorg, en 194 in heel Vlaanderen. Die klasse is breder dan de psychologie alleen en bevat ook kinesitherapeuten en andere zorgverleners, dus lees dat cijfer niet als een maatstaf voor psychologenpraktijken specifiek. (bron: Statbel)
Van de inwoners is 28,7% 65 of ouder, een groep die vaak minder spontaan psychologische hulp zoekt maar wel te maken krijgt met eenzaamheid, rouw of mantelzorg. Het gemiddelde inkomen bedroeg 39.915 euro in 2023, tegenover 42.318 euro in Vlaanderen. Omdat sessies niet altijd volledig terugbetaald worden, kan het nuttig zijn om ook geconventioneerde eerstelijnszorg aan te bieden. (bron: Statbel)