Waregem in cijfers
Concurrentie
- Kinepraktijken nu
- 113
- Eén zaak per
- 361 inwoners
- Plaats in arr. Kortrijk
- 2 van 121 = meeste zaken per inwoner
Stabiliteit
- Faillissementen 2021–20251
- 1
- Mediane leeftijd huidige zaken
- 6 jaar
Klanten
- Inwoners
- 40.737
- 65-plussers
- 23,5%
- Gem. inkomen 2023
- € 41.435
1 Faillissementen tellen voor de hele klasse Overige menselijke gezondheidszorg, niet alleen voor kinepraktijken.
Kinepraktijken in het arrondissement Kortrijk
Per 1.000 inwoners, van veel naar weinig. Balken tot 2,81; het streepje in elke balk is het Vlaamse midden (2,26).
Wat de cijfers zeggen
Een kinepraktijk openen in Waregem is geen sprong in het onbekende: er zijn er al 113, of 1 op de 361 inwoners. De dichtheid van 2,77 per 1.000 inwoners ligt boven de Vlaamse mediaan van 2,26. Tegenover een doorsnee Vlaamse gemeente staan hier 21 praktijken meer, wat betekent dat je met heel wat collega's om dezelfde patiënten en voorschriften strijdt (bron: KBO)
In het arrondissement Kortrijk staat Waregem met die dichtheid op plaats 2 van 12, dus alleen één gemeente in de regio heeft naar verhouding meer kinesitherapeuten. Het aanbod is erg in beweging: de huidige praktijken bestaan gemiddeld 6 jaar, gemeten als mediaan, en 36,3% is jonger dan 3 jaar. Veel kinesisten starten als zelfstandige of in een groepspraktijk, en die instroom houdt de concurrentie scherp. Een duidelijke focus, zoals sportrevalidatie of zorg aan huis, helpt je om op te vallen (bron: KBO)
Voor faillissementen valt kinesitherapie onder de bredere klasse overige menselijke gezondheidszorg, die ook andere paramedische beroepen omvat. Tussen 2021 en 2025 telde Waregem daarin 1 faillissement, tegenover 194 in Vlaanderen (bron: Statbel)
Van de inwoners is 23,5% 65 jaar of ouder. Die groep heeft vaak nood aan revalidatie na een operatie of aan begeleiding bij mobiliteitsproblemen, wat een stabiele vraag oplevert. Het gemiddelde inkomen lag in 2023 rond 41.435 euro, net onder het Vlaamse gemiddelde van 42.318 euro, maar door de terugbetaling weegt koopkracht hier minder zwaar (bron: Statbel)