Zwevegem in cijfers
Concurrentie
- Kinderopvanglocaties nu
- 21
- Eén zaak per
- 1.240 inwoners
- Plaats in arr. Kortrijk
- 9 van 121 = meeste zaken per inwoner
Stabiliteit
- Faillissementen 2021–20251
- 0
- Mediane leeftijd huidige zaken
- 7 jaar
Klanten
- Inwoners
- 26.035
- 65-plussers
- 22,1%
- Gem. inkomen 2023
- € 42.780
1 Faillissementen tellen voor de hele klasse Kinderdagverblijven, niet alleen voor kinderopvanglocaties.
Kinderopvanglocaties in het arrondissement Kortrijk
Per 1.000 inwoners, van veel naar weinig. Balken tot 1,98 (3 × het midden, een punt betekent meer); het streepje in elke balk is het Vlaamse midden (0,66).
Wat de cijfers zeggen
Zwevegem telt 21 kinderopvanginitiatieven voor 26.035 inwoners, of 1 op de 1.240 inwoners. De dichtheid van 0,81 per 1.000 inwoners ligt boven het Vlaamse midden van 0,66. Tegenover dat midden zijn er ongeveer 4 opvanglocaties meer dan verwacht. Toch zegt het aantal ondernemingen weinig over het aantal beschikbare plaatsen: een kleine gezinsopvang en een groot kinderdagverblijf tellen hier even zwaar mee (bron: KBO)
In het arrondissement Kortrijk staat Zwevegem op plaats 9 van 12 gemeenten naar kinderopvang per inwoner. Hoewel de gemeente boven het Vlaamse midden zit, hebben andere gemeenten in de regio dus een nog dichter aanbod. De mediane opvang bestaat 7 jaar en 28,6% is jonger dan 3 jaar. Er starten dus geregeld nieuwe initiatieven, wat erop wijst dat de vraag naar opvangplaatsen aanhoudt (bron: KBO)
Tussen 2021 en 2025 ging in Zwevegem geen enkel kinderdagverblijf failliet, tegenover 46 in heel Vlaanderen. De klasse kinderdagverblijven valt samen met je eigen activiteit. Lokaal is er dus geen signaal van moeilijkheden, al is de sector in Vlaanderen sterk afhankelijk van subsidies, beschikbaar personeel en de regels van het Agentschap Opgroeien (bron: Statbel)
Het gemiddelde inkomen bedroeg in 2023 42.780 euro, iets boven het Vlaamse gemiddelde van 42.318 euro. Dat is relevant omdat de ouderbijdrage in veel opvang afhangt van het gezinsinkomen. Met 22,1% inwoners van 65 jaar of ouder is de bevolking niet bijzonder jong, wat de groep jonge gezinnen relatief kleiner maakt. Grootouders vangen bovendien vaak zelf kleinkinderen op, wat de vraag naar formele opvang kan temperen (bron: Statbel)